Musea Zutphen: Stedelijk Museum Zutphen & Museum Henriette Polak maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.

Stichting Musea Zutphen

Paulo Martina verruilt Musea Zutphen voor Herdenkingscomité Slavernijverleden

Binnenkort zit hij in zijn nieuwe functie bij Rob Jetten in het Catshuis aan tafel, maar nu zet hij zich in om lopende projecten zo goed mogelijk achter te laten. Paulo Martina, directeur van de Musea Zutphen, begint op 1 mei als directeur bij het Herdenkingscomité Slavernijverleden.

(tekst gaat verder onder de foto)

Paulo Martina bij de opening in de Walburgiskerk van de tentoonstelling ‘Rembrandt, van donker naar licht’. (foto Patrick van Gemert)

Nog maar 3,5 jaar geleden kwam hij naar Zutphen. “Ik ben hier nog lang niet klaar”, erkent hij. “Maar dit nieuwe werk ligt zo dicht bij me… eigenlijk was daar geen discussie over mogelijk.” “We zijn er zelf ook nog beduusd van”, voegt zijn echtgenote toe. Daags voor dit interview schilderde ze nog de zoldertrap – een van de laatste klusjes in hun huis in Zutphen, waar ze vanwege Paulo’s werk naar toe verhuisd zijn. Terwijl de verf nog niet droog was, diende deze nieuwe uitdaging zich al aan. “Werken bij de Musea Zutphen was altijd een jongensdroom van me”, zei Paulo bij zijn aanstelling. Om er nu aan toe te voegen: “Maar zó ver had ik nog niet teruggekeken…” Met zijn eigen roots op Curaçao voelt hij grote verbondenheid met het werk van het herdenkingscomité. Bovendien is de functie nieuw en kan hij die grotendeels zelf vormgeven.

Loslaten

Zijn vertrek betekent dat hij de musea midden in een aantal grote ontwikkelingen moet loslaten, zoals de plannen voor een nieuw gezamenlijk depot met de partners binnen het Erfgoedcentrum Zutphen en de komst van de Canon van Gelderland. Tegelijkertijd laat hij een stevige basis achter: er ligt een sterk meerjarenplan dat met input van alle medewerkers tot stand is gekomen en financieel staan de musea er beter voor dan een paar jaar geleden.
De opdracht die Paulo bij zijn aantreden meekreeg van de Raad van Toezicht was helder: meer naar buiten treden met de musea en een derde geldstroom aanboren. “We kwamen namelijk structureel geld te kort. Ik heb die opdracht serieus genomen en dat heeft vruchten afgeworpen! Het is gelukt om fondsen binnen te halen en die externe gerichtheid heeft geleid tot meer samenwerkingen met andere organisaties, ook in Zutphen. Je ziet dat verzamelaars, zoals Charlotte Meyer met haar Rembrandt-etsen, en schenkers ons beter weten te vinden. We hebben in de afgelopen jaren belangrijke werken aan onze collectie kunnen toevoegen.”

Martina werkte eerder bij verschillende musea en weet hoe groot de verschillen kunnen zijn. “Elk museum heeft zijn eigen dynamiek, zijn eigen plek en doel.” Zijn vrouw voegt glimlachend toe: “De naam ‘museum’ is eigenlijk het enige wat ze gemeen hebben.” Juist daarom, benadrukt hij, is verandering nooit iets wat je alleen doet. “Je kunt ambities hebben, maar uiteindelijk moet je het samen doen. Ik had niet zoveel naar buiten gericht kunnen zijn zonder Joost (Brinkman}.” Doordat Joost zich als zakelijk leider meer op de interne bedrijfsvoering richt, kon Paulo zich richten op profilering en netwerken.
Dat betekent niet dat Paulo geen oog heeft voor wat er binnen gebeurt. De professionalisering van de organisatie werd verder ingezet; er kwamen vaste overlegstructuren, functioneringsgesprekken, een vertrouwenspersoon en een personeelsvertegenwoordiging. Omdat vrijwilligers onmisbaar zijn in de musea werden wervingsavonden gehouden. Waarna het team steevast verder uitgebreid kon worden met enthousiaste vrijwilligers.

Hoogtepunt

Als je hem vraagt naar het hoogtepunt van zijn periode bij de Musea Zutphen, hoeft Paulo niet lang na te denken: “Parels van Polak”, ter gelegenheid van het jubileum van Museum Henriette Polak. En dan vooral de samenwerking met de studenten van Aventus. “Op de begane grond vertelden we het verhaal van onze grondlegger Henriette Polak, op de verdieping vierden we de vijftigste verjaardag van de collectie van Museum Henriette Polak. Studenten van Aventus richtten die tentoonstelling in – dat vond ik echt heel bijzonder. Het is zo verfrissend hoe jonge vormgevers kijken! Bij de Rembrandt-tentoonstelling hebben we met een andere afdeling (Fashion tailor) samengewerkt– ik hoop dat deze samenwerking ook in de toekomst wordt voortgezet.”

Relevant museum

Voor Martina ligt daar ook een bredere opdracht. “Musea moeten zich voortdurend opnieuw uitvinden,” zegt hij. “Niet alleen kijken naar bezoekersaantallen, maar juist ook naar de impact die je maakt.”
Dat vraagt om balans: publiekslievelingen én projecten met maatschappelijke betekenis. Hij wijst op de tentoonstelling Rembrandt, van donker naar licht als voorbeeld van een trekker, naast projecten als Verhaal Verlicht, waarin inwoners van Zutphen hun persoonlijke verhalen deelden. “Dat vond ik zo’n mooi project,” zegt hij. “Daar gaat het niet alleen om kijken, maar om ontmoeten en delen.”

“Musea moeten zich voortdurend heruitvinden”

Paulo Martina

Droomscenario

Ook voor de toekomst van Zutphen ziet Martina volop kansen. De plannen voor de Canon van Gelderland, die onder de vleugels van de musea komt, maken daar deel van uit. “In januari 2024 wisten we als het hier zou komen en wij verwachtten dat we meteen met een programma van eisen aan de slag konden. Maar het duurde maar, de plannen werden elke keer bijgesteld, waardoor de energie er uitging.” Tot zijn vreugde zijn de ontwikkelingen nu inderdaad een stap verder en komt de realisatie dichterbij. “Daarmee komen we in de buurt van mijn droomscenario: een museumkwartier aan het ’s Gravenhof, met de Walburgiskerk (nu ook een museum), de Canon van Gelderland in de Witte Vleugel en in het Hof van Heeckeren het Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak.” Ook ziet Paulo graag dat Dat Bolwerck meer wordt betrokken bij de programmering. “Je biedt dan voor ieder wat wils en als je dan ook inzet op gezamenlijke pr voor het museum, zal publiek ook echt vanuit het westen naar Zutphen willen komen.”

Met ontwikkelingen in de stad zoals het toekomstige Hanzehuis ziet hij het culturele landschap verder in beweging komen. “Dat vraagt om een nieuw evenwicht en ik heb er vertrouwen in dat dat goed uitpakt.”
Als je zijn enthousiasme hoort, is het moeilijk voor te stellen dat hij dit inderdaad allemaal zal loslaten. Zijn vrouw, optimistisch, “We blijven in ieder geval in Zutphen wonen. Het zal wel even wennen zijn, om alleen als bezoeker bij de musea langs te gaan, maar we verheugen ons op de mooie culturele toekomst van de stad.”

(Dit artikel verscheen ook in de erfgoednieuwsbrief van Erfgoedcentrum Zutphen)